Profetie in Jesaja

We gaan nu kijken wat Jesaja over de komst van Mohammed zegt.
De bekendste profetie hierover is hoofdstuk 42. We gaan nu Jesaja 42 vers voor vers behandelen.

De Tenach, Jesaja 42, vers 1;
Ziet, Mijn knecht, dien Ik ondersteun, Mijn uitverkorene, in denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen.

Alle woorden die Jesaja hierboven profeteert, is volledig in overeenstemming met Mohammed. Immers, hij werd door God gekozen (als Profeet), door Hem uitverkoren en tevens ook door Hem ondersteund. Ook zond God Gabriël (Mijn geest) tot hem en met Mohammed bracht God ook het recht onder de heidenen.

Jesaja 42, vers 2-3;
Hij zal niet schreeuwen, noch zijn stem verheffen, noch zijn stem op de straat horen laten. Het gekrookte riet zal hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal hij niet uitblussen; met waarheid zal hij het recht voortbrengen.

Ook de verzen hier maken melding van de verheven karakter van Mohammed. Dit wordt door de Koran ook bevestigd;

“En waarlijk, jij beschikt zeker over een verheven karakter.” Koran (68:4)

En ook in vers 3:159;

“Door de barmhartigheid van God bent gij (Mohammed) zachtmoedig jegens hen (gelovigen); als je ruw en hardvochtig was geweest zouden zij zich zeker uit uw omgeving hebben verwijderd. Vergeef hen daarom en vraag voor hen vergiffenis en raadpleeg hen in belangrijke zaken en wanneer je vastbesloten bent, leg dan uw vertrouwen in God. Voorzeker, God heeft degenen lief die vertrouwen in Hem hebben.”

Anas Ibn Maalik overleverde het volgende:

“De Profeet had het beste karakter van alle mensen. Ik had een broertje genaamd Aboe Oemayr, die een peuter was. Wanneer de Profeet bij ons kwam en mijn broertje zag, zei hij tegen hem (op een grappige manier) O Aboe Oemayr! Hoe gaat het met de noeghayr (kanarietje)? Hij had namelijk een kanarie waar hij gewoonlijk mee speelde.” (al-Boeharie & Moeslim)

Jesaja 42, vers 4;
Hij zal niet verdonkerd worden, en hij zal niet verbroken worden, totdat hij het recht op aarde zal hebben besteld; en de eilanden zullen naar zijn leer wachten.

Ook dit vers spreekt duidelijk over Mohammed, want zelfs nog tijdens zijn leven had hij de heerschappij over de toenmalige wereld en bracht het recht onder de mensen en gaf nooit zijn moed op. Na de komst van Mohammed werden zwakken en slaven in Arabië weer als mensen behandeld.

Jesaja 42, vers 6;
Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.

Zoals vers 6 ook aangeeft, werd Mohammed inderdaad als een verbond voor het volk gegeven.
Bloedwraak onder de stammen werden dankzij hem opgeheven en onder de vlag van de islam werden alle stammen verenigd. Vijanden werden broeders in het geloof.

De historische feiten over Mohammed bevestigen ook dat hij in zeer cruciale momenten meerdere malen uit de dood is ontsnapt.
De Koran maakt duidelijk dat het hier om een hemelse bescherming van God gaat;

“O boodschapper, verkondig hetgeen u van uw Heer is geopenbaard en indien gij dat niet doet, dan heb je Zijn boodschap niet overgebracht. God zal u tegen de mensen beschermen. Voorzeker, God leidt het ongelovige volk niet.” Koran (5:6-7)

Jesaja 42, vers 7;
Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.

Het spreekt voor zich dat “blinde ogen” en “gebondenen uit de gevangenis” in dit vers metaforisch bedoeld is voor mensen die in ongeloof leven.
Mohammed bracht het monotheïsme en vernietigde het heidendom. Afgoderij en geestenverering maakten plaats voor de God van Abraham.
Blinde ogen konden weer zien en de gebondenen uit de gevangenis, werden weer vrij.

Jesaja 42, vers 8;
Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.

Dit vers is heel opvallend, want God spreekt dat hij Zijn lof niet zal laten geven aan afgoden. Zoals we weten trad Mohammed juist op tegen afgoderij en maakte hier ook een einde aan.
Na de inname van Mekka in het jaar 630 door moslims, werden alle afgoden van de Ka’aba gezuiverd en de islam zegevierde over het heidendom. Met de komst van Mohammed kwam alle eer en lof enkel aan de ene God.

Jesaja 42, vers 9;
Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.

In het bovenstaand vers maakt God duidelijk dat zijn verkondiging in de toekomst zal plaatsvinden. Jesaja 42 is dus een profetie.
Wanneer een profetie uitkomt, dan spreken we over een vervulling.

Jesaja 42, vers 11;
Laat de woestijn en haar steden de stem verheffen, met de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen juichen, die in de rotsstenen wonen, en van den top der bergen af schreeuwen.

Ook dit vers spreekt duidelijk over Mohammed. Immers, het volk van Mohammed was een nakomeling van Kedar, die de zoon was van Ismaël, de gekozen zoon van Abraham.
We zien dat er in vers 11 wordt gewezen naar het voorgeslacht van Mohammed maar tevens ook dat de gezonden knecht uit Schiereiland Arabië zal verschijnen (zie o.a. ook Genesis 21:21 en Jesaja 21).

Jesaja 42, vers 16;
En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.

Hier spreekt God over de bekering van de polytheïstische Arabieren naar de islam.
De woorden “blinden” en “duisternis” zijn een metafoor voor ongelovige mensen en het leven in ongeloof.

Jesaja 42, vers 17;
Maar die zich op gesneden beelden verlaten, die tot de gegoten beelden zeggen: Gij zijt onze goden; die zullen achterwaarts keren, en met schaamte beschaamd worden.

Hier wordt verwezen naar de schaamte van de polytheïstische Arabieren, nadat moslims na het inname van Mekka hun afgoden hadden vernietigd.
De polytheïstische Arabieren konden in schaamte machteloos toekijken hoe hun goden van de Ka’aba werden gezuiverd.