Mohammed

Mohammed werd rond het jaar 571 in de toenmalige handelstad Mekka, in Saoedi-Arabië geboren. Ongeveer drie maanden voor zijn geboorte stierf zijn vader Abdullah en rond zijn zesde verloor hij zijn moeder. Twee jaar later overleed ook zijn opvoeder en grootvader Abd Moettalib. Daarna werd zijn opvoeding door zijn oom Aboe Talib overgenomen.

Mohammed groeide op in een omgeving waar Arabieren afgoden aanbaden en geesten vereerden. In zijn jonge jaren werkte hij als herder en later werd hij een succesvolle koopman. Onder zijn volk stond hij bekend als een eerlijk en betrouwbaar persoon. Hij werd daarom ook “al-Amien” en “al-Sadiq” genoemd. Hij had een zuivere manier van leven en een enorm afkeer voor de afgoden en kahiens (Arabische waarzeggers).
Rond zijn vijfentwintigste trouwde hij met zijn werkgeefster en weduwe Khadija. Het was een ideale huwelijk gebaseerd op wederzijds liefde en respect. Ze kregen zes kinderen, waarvan vier dochters en twee zonen. 

Mohammed trok zich regelmatig terug naar de bergen om tot God te bidden en om tot geestelijk rust te komen. Deze manier van éénzame meditatie was een bekend gedrag onder de Arabieren.

Toen Mohammed ongeveer veertig jaar oud was, merkte hij dat er bepaalde veranderingen bij hem gaande was. Zo zag hij dromen die niet lang daarna ook daadwerkelijk uitkwamen.
In de zeventiende nacht van de maand Ramadan, toen Mohammed in de grot Hira God aanbad, verscheen de aartsengel Gabriël aan hem en drong Mohammed aan om de naam van God uit te spreken. Onder invloed van een grote angst weigerde hij om te antwoorden. Hierop omstrengelde de engel hem zo hard dat hij bijna geen adem meer kon halen. De engel herhaalde weer “iqra!” (dat betekent “lees op”). Weer weigerde Mohammed om antwoord te geven. En na de derde klemmende omarming vloeide de hemelse woorden voor het eerst in het Arabisch er uit “Reciteer, in de naam van Uw God, die schiep, die de mens schiep uit een zaadcel! Reciteer, want Uw God is de Machtigste, degene, die de mens het gebruik van de pen en alles wat hij niet kon heeft geleerd!“.

Mohammed kwam in een shock-toestand en liep instinctief, hevig sidderend naar zijn vrouw Khadija. “Bedek me, bedek me” riep hij en nadat zijn angst iets was weggezakt vroeg hij aan Khadija of hij door een geest bezeten zou zijn. Khadija geruststelde hem en zei dat God een goed en eerlijk persoon als hem nooit zoiets zou aandoen. Ze haalde Mohammed over om naar haar neef Waraqa ibn Naufal te gaan, een christelijke schriftgeleerde.
Nadat Waraqa aandachtig naar de ervaring van Mohammed luisterde, twijfelde hij niet en zei dat Mohammed door de God Mozes geroepen was. Hij was de boodschapper die God zond naar het Arabische volk.

Mohammed preekte drieëntwintig jaar lang bij zijn volk. Gedurende de eerste jaren van zijn optreden bekeerde hij voornamelijk vele jongeren, die geen hoop zagen in het kapitalistische gedachtegoed van Mekka, maar zijn socialistische boodschap trok ook slaven, vrouwen en armen aan. De heersende elite vonden zijn optreden dermate gevaarlijk dat zij uit wanhoop enkele voorstellen aan Mohammed deden, die hij zonder aarzelen weigerde. Hierop volgde een algemene boycot voor de stam van Mohammed en diens volgelingen. Het leven voor de bekeerlingen werd ondraaglijk en de vervolgingen namen een dergelijke vorm aan dat zelfs sommigen daaraan bezweken.

Uiteindelijk emigreerde ongeveer 70 moslims met hun families naar Medina. Maar dat bleek ook niet voldoende. De heersende elite uit Mekka waren vastbesloten om de “afvalligen” volledig uit te roeien en initieerde meerdere malen militaire exercities naar de moslimgemeenschap in Medina. De Mekkanen hadden de militaire en politieke kwaliteiten van Mohammed onderschat.
Het lukte de Mekkanen niet om de moslims uit te schakelen en de moslimgemeenschap werd alsmaar groter en sterker.

Tegen het einde van zijn leven, hadden de meeste Arabische stammen zich tot de islam bekeerd.
Uiteindelijk kon Mohammed in 630 met tienduizend moslims Mekka zonder bloedvergieten innemen. Hij zuiverde de Ka’aba van de afgoden en gaf haar oorspronkelijk, monotheïstische betekenis weer terug.
Het lukte Mohammed om de polytheïstische Arabieren weer terug naar hun oorspronkelijk geloof te brengen, namelijk naar de enige God van hun voorvader Ismaël en Abraham. Ook verzoende hij alle stammen met elkaar en vijanden werden broeders in het geloof.

Na een korte ziektebed overleed Mohammed onverwachts op 8 juni 632 in Medina.